Het werk bestaat uit mens- en dierfiguren.
Deze kenmerken zich door merkwaardige
proporties: van onder volumineus
(grote benen, enorme billen), van boven
eindigend in een klein lijf met een iel
hoofdje.
De verhoudingen lijken niet
te kloppen, maar vormen uiteindelijk
een harmonieus geheel. Juist door de
verhoudingen uit elkaar te trekken wordt
een beeld interessant.
De anatomie is
altijd onderhuids aanwezig. De beelden
zijn nooit statisch, er zit altijd beweging
in. Als ze bij de kijker een glimlach
oproepen is een belangrijk deel van het
doel bereikt.
Inspiratiebron voor het werk
is een geheimzinnige muze.
Hansje Aelvoet heeft behoefte het
begrip ‘kunst’ te relativeren: luchtige
beelden proberen de zwaarte hiervan te
doorbreken.
Soms tarten ze letterlijk de
zwaartekracht, hoewel ze vaak nauwelijks
te tillen zijn. |